Boedapest
Voor sommigen is het liefde op het eerste gezicht, anderen
gaan pas na een wat langere kennismaking van Boedapest
houden. Maar iedereen is het er over eens dat Boedapest een
van de mooist gelegen steden ter wereld is. Deze grote
metropool van twee miljoen inwoners wordt door de Donau in
tweeën gedeeld: aan de ene kant ligt het heuvelachtige
Boeda en aan de andere kant het vlakke Pest.
Het panorama van de Donau-oevers is door de UNESCO op haar
werelderfgoedlijst geplaatst. Als je in de avonduren de
verlichte stad ziet, begrijp je meteen waarom.
De voornaamste feiten en wetenswaardigheden van Boedapest:
ˇ Vijftigduizend jaar geleden was er op de plaats van
Boedapest al een bewoonde nederzetting, maar haar naam
verkreeg ze pas honderddertig jaar geleden bij het samengaan
in 1873 van de drie plaatsen Óboeda, Boeda en Pest.
ˇ Onder de heuvels van Boeda bevindt zich een zeer
uitgebreid grottenstelsel met geneeskrachtig thermaalwater,
dat onder druk naar de oppervlakte komt.
ˇ In Boedapest bevinden zich monumenten als de tweeduizend
jaar oude Romeinse amfitheaters, vierhonderd jaar oude
Turkse baden en typisch Hongaarse Jugendstilgebouwen
daterend van het eind van de negentiende eeuw. Het homogene
stadsbeeld heeft Boedapest te danken aan de elegante
woonblokken die in eclectische stijl zijn gebouwd en dateren
van het begin van de twintigste eeuw.
ˇ Ook op het gebied van transport en verkeer heeft de stad
een paar curiositeiten: de eerste ondergrondse metrolijn van
het Europese vasteland verbindt reeds sinds 1896 de
binnenstad met het Stadspark (Városliget). Over de heuvels
van Boeda rijdt een treintje dat door kinderen wordt gerund
en als derde ter wereld werd geopend.
ˇ Liefhebbers van cultuur hebben een luxe-probleem: er zijn
maar liefst 237 monumenten, 223 musea en galerie's, 35
theaters, 90 bioscopen, 2 operagebouwen, 12 concertzalen en
200 verschillende uitgaansmogelijkheden. Ook zijn er 365
dagen per jaar stadsbezichtigingen per bus, schip of te voet.
Reisbureaus stellen graag een programma op maat samen voor
bezoekers van de hoofdstad.
Boeda
Een karakteristiek deel van Boedapest wordt gevormd door
Boeda, hier bevindt zich de groene long van de hoofdstad met bekende
recreatiegebieden als de János-hegy, Normafa, de
Széchenyi-hegy,
de Kis- en Nagy-Hárshegy, de Remete-hegy, de Hármashatárhegy en
het wildpark van Budakeszi. Deze heuvel- en bosgebieden vormen
samen het Natuurbeschermingspark Boeda. Om dit heerlijke gebied
te bezoeken raden we u aan de volgende route te nemen: van het
Moskou-plein (Moszkva tér) neemt u tram 56 richting Hûvösvölgy.
Vandaar gaat u met de kindertrein (Gyermek vasút) richting Széchenyi
Hegy. De trein passeert het hoogste punt van Boedapest, de János-berg
(526 m). Hiervandaan kunt u met de zgn. libegõ (stoeltjeslift)
afdalen naar het Zugliget en met bus 158 keert u terug naar het
Moskou-plein. Er zijn twee grotten van de hoofdstad voor het publiek
toegankelijk: de Pálvölgyi-druipsteengrot (ingang: Szépvölgyi
út 162) met een route van 500 meter en de Szemlõ-hegyi-grot
(ingang: Pusztaszeri út 35) met een route van 300 m. De laatste
grot fungeert tevens als kuurgrot. Beide zijn per bus te bereiken
vanaf het Kolosy-plein. Inhoud

Óboeda
In
het noordelijke gedeelte van dit gebied liggen de resten van de
stad en het legerkamp van Aquincum, de tweeduizend jaar oude Romeinse
voorloper van Boedapest. Hier bevinden zich twee amfitheaters,
met mozaïek versierde villa's en het legerbad met de steenzuilen
van de waterleiding. Het Aquincum Museum (Szentendrei út 139)
is feitelijk een ruïne-achtig terrein en bevat interessante
voorwerpen als beeldhouwwerken, muurschilderingen en een orgel
uit de Romeinse tijd. Het Hoofdplein (Fõtér) van Óbuda
biedt een pittoreske aanblik door de oude huisjes zonder bovenverdieping,
de kleine restaurantjes en de prachtige musea. Hier bevindt zich
het Varga Imre Museum (Laktanya u. 7.) waar de scheppingen van
de beroemde hedendaagse beeldhouwer Imre Varga tentoongesteld
zijn. Tevens vindt u hier het Vasarely Museum (Szentlélek tér
6.) waar het complete oeuvre van Victor Vasarely (Vásárhelyi Gyõzõ)
wordt beheerd. Vásárhelyi werd als schepper van de popart wereldberoemd.
In het Kiscelli Museum (Kiscelli út 108) zijn kunstwerken over
de hoofdstad te zien. Tevens is er een bijzonder rijke verzameling
van beeldende kunsten uit de 19de eeuw. Inhoud
De Burchtheuvel van Boeda (Vár)
Het Koninklijk Paleis aan het
Szent György-plein, dat in de veertiende eeuw werd gebouwd en
vierhonderd
jaar later in barokstijl werd verbouwd, is gedurende zevenhonderd
jaar de woonplaats van de Hongaarse koningen geweest. In dit imposante
gebouw bevinden zich de drukst bezochte musea en kunstgalerijen
van Boedapest.
De Nationale Galerij (gebouwen B, C, D) geeft een overzicht van
de Hongaarse kunstgeschiedenis van de tiende eeuw tot op heden;
de Galerij biedt onderdak aan de volgende tentoonstellingen: middeleeuws
en renaissance lapidarium, gotische houten beelden, paneelschilderingen,
altaarschilderingen; renaissance- en barokkunst, negentiende en
twintigste eeuwse schilder- en beeldhouwkunst alsmede een muntenkabinet.
De crypte van de Habsburge Paladijnen is uitsluitend onder begeleiding
van een gids te bezichtigen. In het Historisch Museum van Boedapest
(gebouw E) zijn de gerestaureerde overblijfselen van het middeleeuwse
koninklijke paleis van Boeda te zien alsmede de kapel en gotische
beelden. Tevens vinden wij hier tijdelijke en permanente tentoonstellingen
over de geschiedenis van Boedapest. In de grootste bibliotheek
van het land, de Nationale Bibliotheek Széchényi (gebouw F) worden
middeleeuwse codexen tentoongesteld. Dit is de rijkste verzameling
van de zogenoemde. corvina's van koning Matthias. Tevens worden
er tijdelijke exposities gehouden. In het Museum voor Hedendaagse
Kunst (Ludwig Museum, gebouw A) zijn de fraaiste Hongaarse en
buitenlandse
voorbeelden van hedendaagse kunst te bekijken. De hoofdkerk van
Boeda is de Matthiaskerk (Mátyás templom) die ook wel bekend is
onder de naam Onze Lieve Vrouwenkerk. Deze kerk is gelegen aan
het Szentháromság tér 2 en heeft een gebeeldhouwde, gotische toren.
Dit is de plaats waar koningen werden gekroond en koninklijke
bruiloften werden gehouden. In het begin van de negentiende eeuw
is de kerk met medewerking van talloze beroemde kunstenaars uit
die tijd op neo-gotische wijze verbouwd. In de crypte van de kerk
bevindt zich een collectie religieuze kunst (o.a. een verzameling
oude beelden, relikwieën, een schatkamer en een kopie van de Heilige
Kroon). Vanaf de lente tot in de herfst worden er in de kerk concerten
gehouden. Op de middeleeuwse wallen van de burcht is een neo-romaans
vestingsysteem gebouwd, het Vissersbastion. Hiervandaan hebt u
een schitterend uitzicht over de stad. Op de achtergrond ziet
u de resten van de Sint-Nicolaaskerk en het klooster van de Dominicanen
uit de dertiende en veertiende eeuw. Deze resten werden op ingenieuze
wijze verwerkt in de nieuwbouw van het Hilton hotel. Op de Dominicaner
binnenplaats van het hotel worden 's zomers openluchtvoorstellingen
georganiseerd. Tegenover het hotel kunt u in het Huis van de Hongaarse
wijnen bijna alle Hongaarse wijnen proeven. De woonhuizen gelegen
aan de straten die de verbinding vormen tussen het Bécsi-kapu-plein
en het Dísz-plein (dit zijn de twee ingangen van het burchtkwartier)
staan op middeleeuwse fundamenten. Een interessant kunsthistorisch
detail in deze huizen vormen de zogenoemde gotische zitcabines
in de portieken. In het grottensysteem onder de Burchtheuvel (Burchtgrot,
ingang: Országház u. 16) kunt u, uitsluitend onder begeleiding
van een gids, een route van 1800 meter afleggen. De grot zelf
heeft een totale lengte van 12 km. In het Krijgshistorisch Museum
(Tóth Árpád sétány 40) en het Handels- en horecamuseum (Fortuna
u. 4.) worden interessante voorwerpen uit het verleden tentoongesteld,
terwijl u in het Museum van de oude middeleeuwse synagoge (Táncsics
M. u. 26.) een indruk kunt krijgen van de leefwijze van de joden
in het toenmalige Boeda. In het in barokstijl gebouwde Erdõdy-Hatvany
paleis (Táncsics M. u. 7.) is het Museum voor Muziekgeschiedenis
gevestigd met een collectie bijzondere muziekinstrumenten. Tevens
wordt in het gebouw de rijke handschriftenverzameling van de beroemde
Hongaarse componist Béla Bartók (1881-1945) bewaard.
Gellértberg (Gellérthegy)
Er zullen maar weinig wereldsteden zijn waar je midden in de stad
een berg aantreft die het predikaat beschermd landschap draagt.
Op de top van de berg ligt de citadel, een militaire vesting uit
1851, die tegenwoordig uitsluitend een toeristische functie heeft.
Vanaf het terras heb je het fraaiste uitzicht over de stad.
Van diep onder de grond komt hier heilzaam water naar boven dat
gebruikt wordt in het Gellért-bad, gelegen aan de voet van de
heuvel. Het Gellért (Kelenhegyi út 2-4) is een van de fraaiste
badhuizen van Hongarije en heeft thermaalbaden, bubbelbaden, een
golfslagbad, een zwembad en een openluchtbad. Twee andere badhuizen
stammen uit de Turkse periode: het Rudas-bad (Döbrentei tér 9)
en het Servische bad (Hadnagy u. 8-10). In beide baden kunt u
gebruik maken van thermaal-, stoom- en bubbelbaden, in het Rudas-bad
bevindt zich bovendien nog een zwembad. Eveneens stammend uit
de tijd van de Turkse bezetting van de stad zijn het Mausoleum
van Gül Baba op de Rozenheuvel, een waar pelgrimsoord voor moslims
(Mecset u. 4) en het Kuurbad Király (Fõ u. 82-84). In het
zuiden van Boedapest ligt Budafok, dat vanwege de goede wijngaarden
bekend staat als de stad van wijn en champagne. Tot de plaatselijke
bezienswaardigheden horen het kelderlabyrint en het Museum van
de champagnefabriek Törley (Kossuth L. u. 82-94). Niet ver van
Budafok bevindt zich in het Beeldenpark Museum (hoek Balatoni
út-Szabadkai út) een unieke collectie (stand)beelden uit de communistische
periode. Ook het Kasteelmuseum van Nagytétény (district 22, Kastélypark
u. 9-11) met haar meubelverzameling en het winkelcentrum Campona
zijn zeer zeker de moeite waard. In Campona staat het tropicarium
dat het leven in de zee laat zien.
Als u van Boeda de Donau oversteekt naar de linkeroever komt u
in het stadsdeel Pest met zijn historische wijken, parken, plantsoenen
en beroemde bezienswaardigheden. Van de negen bruggen over de
Donau wijzen wij u op de Kettingbrug (Lánchíd), die gebouwd is
in 1849 en vernoemd naar Graaf Széchenyi.

Pest
De Parochiekerk van de binnenstad op het Március 15.-plein
is de eerste kerk van de stad. Het
unieke
aan deze kerk is dat er diverse bouwstijlen in vertegenwoordigd
zijn, van de romaanse tot de classicistische stijl. De recentelijk
vernieuwde Synagoge (Dohány u. 2) is de grootste van Europa. De
uitstekende akoestiek maakt de synagoge bijzonder geschikt voor
concerten. Op de binnenplaats is het Joods Museum gevestigd, waarin
een unieke collectie is samengebracht over de joden in Midden-Europa.
Het museum is tevens het Centrum voor joodse cultuur. Het Hongaars
Nationaal Museum (Múzeum körút 14-16) is een van mooiste gebouwen
van de Hongaarse classicistische bouwkunst. Sinds 1846 wordt hier
de belangrijkste openbare verzameling van het land bewaart. Het
gaat hier om voorwerpen uit de geschiedenis van het Hongaarse
volk van prehistorische tijden tot heden. De Markthal (Fõvám
krt. 1-3) imponeert door de geweldige, architectonische uitstraling.
De mooiste voorbeelden uit de Hongaarse Jugendstilperiode vormen
het Museum voor Kunstnijverheid (Üllõi út 33-37), de woongebouwen
aan het Szervita-plein (binnenstad van Pest) en het voormalige
gebouw van de Postspaarbank (Hold u. 4). Het Parlementsgebouw
(Kossuth Lajos plein) is het grootste en
bontst
versierde gebouw van het land. Bouwmeester Imre Steindl heeft
dit gebouw tussen 1885 en 1902 gebouwd. Het Parlement is 96 m
hoog en 118 m breed, heeft 10 binnenplaatsen, 29 trappenhuizen
en 27 ingangen en had als eerste in Europa een centrale verwarmingssysteem.
In dit regeringscentrum worden de Heilige Kroon en de kroonjuwelen
bewaard. Deze zijn alleen met een gids en in groepsverband te
bezichtigen. De Sint Stefanusbasiliek (Bajcsy-Zsilinszkystraat)
is gebouwd in neo-renaissance-stijl en heeft de rang van basilica
minor. Het is de grootste kerk van Boedapest en de op één na grootste
kerk van Hongarije. In de kapel ligt als een verborgen schat,
de al duizend jaar intact gebleven rechterhand van de eerste Hongaarse
koning, de Heilige Stefanus (1000-1038). De kerk bezit de grootste
klok van
het
land. In de schatkamer zijn kerkhistorische voorwerpen te zien
en vanaf de balustrade van de toren heeft u een prachtig uizicht
over de stad. Het is alleszins de moeite waard om in het centrum
van Pest een wandeling te maken over de Andrássy-boulevard, die
recentelijk op de werelderfgoedlijst is geplaatst. Aan beide zijden
van deze recht aangelegde allée bevinden zich eclectische paleizen
uit de negentiende en twintigste eeuw. De Hongaarse Staatsopera
(Andrássy út 22) is een prachtig voorbeeld van het werk van de
beroemdste Hongaarse architect Miklós Ybl en is sinds 1864 het
centrum van de Hongaarse muziekcultuur. Het operahuis, dat plaats
biedt aan 1200 toeschouwers, alsmede de toneelinrichting kunnen
onder begeleiding van een gids worden bezichtigd.
Stadspark (Városliget)
De gebouwen in het Stadspark zijn in 1896 ter
gelegenheid van het duizendjarig bestaan van Hongarije in
een golf van nationale trots verrezen. Op het imposante
Heldenplein is op een zesendertig meter hoge zuil de Heilige
Kroon te zien die door aartsengel Gabriël omhoog wordt
gehouden. De centrale beeldengroep van het
Millenniummonument herinnert aan de zeven Hongaarse stammen
die onder leiding van Árpád voor de Hongaren een land
hadden gevonden. In de ruimten tussen de zuilen staan
beelden van Hongaarse koningen, van veldheren die voor de
onafhankelijkheid van het land hebben gevochten en van grote
politieke leiders. Het monument staat rond de beelden van de
helden die hun leven hebben gegeven voor het vaderland. Aan
het Heldenplein staat ook het Museum van Beeldende Kunsten
met de mooiste kunstverzameling van het land. In de galerij
van de oude meesters kunt u o.a. de grootste
schilderijenverzameling van wereldberoemde kunstenaars en
Spaanse meesters buiten Spanje zien. De werken van Bellini,
Brueghel, Corregio, Dürer, El Greco, Giorgione, Goya,
Murillo, Leonardo da Vinci, Raffaello, Rembrandt, Rubens,
Tiziaan en Velasquez, alsmede die van Delacroix, Gauguin,
Monet, Renoir en Corot uit de 19de eeuw genieten
internationale faam. De Kunsthal aan de overkant vormt de
grootste tentoonstellingsruimte van het land. Hier worden
zeer bijzondere wisselexposities gehouden. De Burcht van
Vajdahunyad, gelegen op het Széchenyi eiland, bestaat uit
een aantal replica's van beroemde gebouwen: de vele stijlen
die bij de bouw zijn toegepast variëren van romaans tot
barok en zijn ontleend aan gebouwen uit het historische
Hongarije. Hierbij trekt vooral de kopie van het kasteel van
Vajdahunyad de aandacht; de oorspronkelijke versie hiervan
staat in Transylvanië in het huidige Roemenië. In 1896 is
in dit complex als het eerste in zijn soort het
Landbouwmuseum gevestigd. De vijver biedt 's zomers
gelegenheid voor een romantisch roeitochtje en 's winters
kun je er heerlijk schaatsen op de ijsbaan. Het Széchenyi
Bad (Állatkerti körút 11) is het grootste kuurbad van
Europa met thermaal-, stoom- en bubbelbaden, een zwembad en
een openluchtbad. In het Verkeersmuseum (Városligeti
körút 11) is een van de oudste historische verzamelingen
van Europa over transport en verkeer ondergebracht. 135 jaar
geleden werd als eerste ter wereld de Dierentuin opgericht.
In het Stadspark staan interessante gebouwen uit de
Hongaarse Jugendstil-tijd. Aan de rand van het park vindt u
het 'Gundel', het fraaiste en meeste chique restaurant van
de hoofdstad. Het is vernoemd naar de familie Gundel en
vormt een begrip in de Hongaarse cuisine. Zowel het grote
circus als de permanente kermis met de honderd jaar oude
draaimolen en de houten achtbaan staan nog altijd voor u
klaar en bieden u een plezierig uitje. De Jugendstilgebouwen
van het Hongaarse Instituut voor Geologie (District 14,
Stefánia út 14) en de Rooms-Katholieke parochiekerk van de
stadswijk Kõbánya (District 10, Szent László tér
25) zijn prachtige voorbeelden van Hongaarse bouwkunst. Een
interessant experiment vormde indertijd de voor ambtenaren
gebouwde wijk Wekerle in Kispest. De straten en gebouwen
zijn hier in geometrische patronen gebouwd. Voor kinderen
vormt het eerste interactieve wetenschappelijke speelhuis,
het Paleis van Wonderen, een interessant doel. Dit speelhuis
ligt in district 14 aan de Váci weg 19. In het Park van de
Hongaarse spoorweghistorie kunnen alle voertuigen rijden en
mag alles worden aangeraakt (District 14, Tatai út 95).
Margaretha-eiland (Margitsziget)
In het midden van de Donau en centraal in Boedapest ligt
het voor auto's gesloten Margit-eiland. Het eiland is van
beide zijden van de stad gemakkelijk te bereiken, zowel te
voet als met bus 26 vanaf het Nyugati plein. Het twee km
lange eiland vormt een belangrijke groene oase in het hart
van Boedapest en strekt zich uit van de Margit-brug tot aan
de Árpád-brug. Met zijn honderd jaar oude bomen, het
gekleurde bloementapijt van de rozentuin, het meertje met
thermaalwater en de sfeervolle Japanse tuin is het een
aangename plek om even wat gas terug te nemen en een
wandeling te maken. Het wildpark is hier dé attractie voor
kinderen. In het Hajós Alfréd-zwembad worden belangrijke
sportwedstrijden gehouden en het Palatinus is een
openluchtzwembad met alle mogelijkheden voor waterpret. 's
Zomers worden er in het openluchttheater bij de watertoren
concerten georganiseerd. U vindt hier kortom een compleet
aanbod aan ontspanning en amusement. Op het eiland liggen
tevens de resten van de zevenhonderd jaar oude franciscaner
en dominicaner kerk en klooster. In de toren van de
premonstratenzer kerk luidt de oudste klok van het land. Om
de bezienswaardigheden van het eiland te ontdekken kunt u in
het hoofdseizoen gebruik maken van de minibus. Het hele jaar
kunt u aan het noordelijke eind van het eiland, bij de
Bringó-burcht nabij het hotel, tandems of een
Bringó-koetsje huren.
De omgeving van Boedapest
Donaubocht (Dunakanyar)
De Donau-bocht biedt één van
de mooiste panorama's van het land. De Donau heeft zich hier
een weg gebaand door de bergen. Op deze plek vindt u ook de
ruïne van het oude Koninklijk Paleis en het landgoed
van de koninklijke familie. Vele episoden uit de Hongaarse
middeleeuwse geschiedenis hebben zich hier afgespeeld
waardoor er zich hier een groot aantal belangrijke
historische en culturele monumenten bevindt. De bekendste
plaatsen op de rechteroever van de Donau zijn Dömös,
Esztergom, Szentendre en Visegrád en op de linkeroever
Nagymaros, Vác, Vácrátót, Verõce en Zebegény.

Esztergom
Esztergom, de stad aan de Donau, is de zetel van de
katholieke aartsbisschop van Hongarije. De bouw van de burcht
van Esztergom werd in het jaar 972 voltooid en in 975 werd hier
de eerste Hongaarse koning geboren, de Heilige István. István
was de stichter van de Hongaarse staat en regeerde van 1000 tot
1038. De aartsbisschoppelijke basiliek (Szent-Istvánplein) werd
in de negentiende eeuw in classicistische stijl gebouwd en is
hét symbool van de stad. Het is de grootste kerk van het land
en bezit een van de grootste op linnen geschilderde altaardoeken
van de wereld. Kenmerkend voor de basiliek is de met rood marmer
bedekte Bakócz-kapel, die driehonderd jaar ouder is dan de kerk,
en een uniek voorbeeld van de renaissance bouwkunst. De bisschoppelijke
schatkamer bevat de grootste religieuze collectie van het land:
het gaat hier om vierhonderd voorwerpen van siersmeedkunst, borduur-
en weefkunst, waardevolle hoornen bokalen, misgewaden, de Suky-kelk
(een meesterwerk van gotiek) alsmede de gouden monstrans van koning
Matthias. In de crypte bevindt zich tegenwoordig de laatste rustplaats
van aartsbisschop József Mindszenty, die als martelaar wordt vereerd
en wiens graf een bedevaartplaats is geworden. Van de nabijgelegen
ruïne van het romaanse koninklijk paleis zijn de koninklijke
huiskapel, de met fresco's versierde burchtkapel en een rozetvenster
intact gebleven. In het Burchtmuseum (Szent-Istvánplein 1), dat
in de gerestaureerde zalen van dit paleis van de koningen van
Árpád is ingericht, wordt een overzicht gegeven van de geschiedenis
van de burcht. In het aartsbisschoppelijk paleis (Berényi Zs.
u. 2), de woonplaats van de aartsbisschop van Hongarije, bevindt
zich het Christelijk Museum met na Boedapest de belangrijkste
kunstcollectie. Van deze verzameling middeleeuwse Hongaarse kunst
dienen met name de kruisweg uit 1427 en het praalgraf van Garamszentbenedek
te worden genoemd. Er is bovendien een bijzondere verzameling
kunstwerken uit het buitenland: van meesterwerken uit de vroege
Italiaanse renaissance tot moderne religieuze schilderkunst.
De woonhuizen en het stadhuis geven het Széchenyiplein een barok
karakter. Een al even barok uiterlijk heeft de wijk 'Waterstad'
met o.a. de karakteristieke franciscaner kerk met dubbele toren
en naastgelegen klooster (Pázmány Péter u. 18). In het Balassa
Bálint Museum (Mindszentyplein 5) bevindt zich een schat uit de
zestiende eeuw. Tenslotte noemen wij nog het het Duna Museum (Kölcsey
Ferenc u. 2) dat een overzicht geeft van de geschiedenis van de
Donau en het Hongaarse waterstaatkundige beheer.
Gödöllõ
(Het tweehonderdvijftig jaar oude koninklijke paleis, (Szabadságplein
1) is een van de grootste paleizen van Hongarije. Het is een typisch
voorbeeld van de Hongaarse barok. Het kasteel werd vaak en graag
bezocht door keizer Franz Josef en zijn echtgenote koningin Elisabeth,
de bij de Hongaren zeer geliefde Sissy. Het versierde trappenhuis,
de feestzaal, de salon, het boudoir en de slaapkamer van de koningin
alsmede de werkkamer en het rookvertrek van Franz Josef hebben
alle hun oude luister teruggekregen. In de feestzaal en op de
binnenplaats van het kasteel worden concerten en festivals gehouden.
In het Elisabeth-park, waar de herinnering aan de populaire koningin
met een prachtig standbeeld levend wordt gehouden, bevindt zich
tevens de slotkapel met een fraaie kruisweg.
In het Stedelijk Museum van Gödöllõ (Szabadság plein 6)
zijn werken te zien van de kunstenaars van de kunstenaarskolonie
Gödöllõ uit de periode 1901-1920. De kolonie wordt als
de wieg van de Hongaarse Jugendstil beschouwd. Verder kunt u in
dit museum nog oude meubels en een natuurwetenschappelijke expositie
bekijken. In Máriabesnyõ staat een bedevaartskerk die de
rang basilica minor heeft. De kerk heeft een zevenhonderd jaar
oud Maria-beeld, waaraan allerlei wonderen worden toegeschreven.
De kerk is hierdoor een beroemde bedevaartplaats geworden. Aan
de rand van Mogyoród staat de Hungaroring. Op dit circuit worden
half augustus Formule 1 races gereden, de Grand Prix van Hongarije.
Langs de rivier de Galga is de volkskunst nog een levende traditie:
bijna ieder dorp heeft er wel zijn eigen klederdracht, een monument
dat als een streekmuseum fungeert en en een volksdansgroep waarin
meerdere generaties hun beste beentje voorzetten.

Nagymaros
Dit grotendeels
uit de middeleeuwen daterende stadje is tegenwoordig bekend
vanwege de watersport op de Donau. Het meest complete
uitzicht op het stadje krijgt u vanaf de andere kant van de
Donau vanaf het uitkijkpunt Julianus (Hegyestetõ, 482
m). Tussen Visegrád en Nagymaros kunt u met de pont
oversteken. Het mooiste gebouw van Nagymaros is de
katholieke kerk (Szent-Imreplein), een voorbeeld van
veertiende-eeuwse gotiek.
Pilis-gebergte (Pilis hegység)
De grotten van het Pilis-gebergte werden reeds door de prehistorische mens
bewoond en ook de Romeinen bouwden hier langs de Donau al
versterkingen. Maar de hedendaagse toerist komt hier vanwege
het romantische landschap. De hoogste top is de
Pilis-tetõ (756 m). Het natuurbeschermingsgebied
Pilis is in 1981 door de UNESCO aangewezen als
natuurreservaat. Het is voor wandelaars en natuurliefhebbers
dan ook goed toeven in de bossen van Pilis. Het nauwe dal
van de Dera-beek is bereikbaar vanuit Pilisszentkereszt, een
oeroude magische plek. Vanuit Pomáz kun je naar de
Holdvilág-kloof en vanuit Dömös starten zelfs
verschillende wandelroutes. De fraaie, maar ontzagwekkende
Rám-kloof is alleen voor geoefende bergbeklimmers geschikt.
Wel kunt u in ieder seizoen naar de grillige rotsformaties
van Vadálló-kövek, naar de Prédikálószék met het
fraaie uitzicht op de Donau-bocht, naar het bijzonder fraaie
Búbánat-dal, naar het Hideglelõs kruis en naar de
uitzichttoren en het museum van Dobogókõ. 's Winters
staat ook een aantal skipistes tot uw beschikking.
Szentendre
Met zijn leuke zigzagstraatjes en nauwe steegjes, met de zeven
kerktorens, de bontgekleurde huizen, de mediterrane sfeer en de
talloze musea geldt Szentendre als de fraaiste stad van de
Donau-bocht.
In de zestiende en zeventiende eeuw zochten vele Serviërs die
voor de Turken waren gevlucht in Szentendre een veilig heenkomen.
Vier van de kerken die zij hier stichtten, behoren nog steeds
tot de oosters-orthodoxe kerk: de rococo Blagovestenska-kerk (Fõ
plein), de Poarevacka-kerk (Kossuth u. 1), de Preobraenska-kerk
(Bogdányi weg 42) en de hoofdkerk met versierd voorportaal, de
Beograda-kathedraal of Saborna (Alkotmány u.). De Ciprovacka-
(Petrus-Paulus) kerk (Dumtsa J. u.) is echter door de rooms-katholieke
kerk overgenomen en de Opovacka-kerk (Rákóczi u. 14), door de
hervormde kerk. De Servische kerken evenals het Servisch-orthodoxe
Museum voor religieuze
kunst
(Pátriárka u. 5) zijn met de iconen, het siersmeedkunst en andere
kerkelijke schatten een bezichtiging zeker waard. De rooms-katholieke
kerk (Templom plein) is op een burchtheuvel gebouwd en stamt uit
de dertiende/veertiende eeuw. Aan de kerkmuur hangt een van de
oudste zonnewijzers van het land. In de stad dient alles de nostalgisch
ingestelde toerist: winkeltjes, restaurantjes, uithangborden,
monumenten, ornamenten op de huizen. Allemaal even fotogeniek.
Bijna het populairste museum van Hongarije is het Kovács Margit
Museum (Vastagh György u. 1). Dit museum is gesticht door de keramiekkunstenares
Margit Kovács (1902-1977). Het bevat een keur aan prachtige beelden,
die bij de bezoeker een gevoelige snaar weten te raken. In het
Ferenczy-museum (Fõ plein 6) staan werken van een zeer
talentvolle Hongaarse kunstenaarsfamilie: van Károly Ferenczy
(1862-1917), van zijn tweelingkinderen, de gobelinweefster Noémi
en beeldhouwer Béni, van zijn zoon, de schilder Valér, en van
zijn vrouw. Sedert de oprichting in 1928 organiseert de Vereniging
van kunstschilders van Szentendre in de fraaiste monumentale huizen
overzichtstentoonstellingen rond kunstenaars die in de twintigste
eeuw
een band hadden met de school van Szentendre of die in deze stad
hebben gewoond. In de Schilderijengalerij van Szentendre (Fõ
plein 2-5), ingericht in een achttiende-eeuws voormalig Servisch
handelshuis en in de Galerij van de Kunstenaarskolonie (Bogdányi
weg 51) worden wisselexposities van hedendaagse kunstenaars gehouden.
In het Szabó Marsepeinmuseum (Dumtsa J. u. 14) wordt dit zoete
product fantasievol gepresenteerd, terwijl in het Dobos Banketbakkersmuseum
echte chocoladetaart met karamelglazuur wordt aangeboden. Het
Huis van de volksvlijt (Rákóczi u. 1) toont etnografische voorwerpen
uit de omgeving, het Romeinse Lapidarium (Dunakanyari boulevard
1) laat antieke vondsten zien afkomstig uit de stad Ulcisia
Castra
uit de eerste tot de vierde eeuw. In een oud molengebouw is een
centrum van beeldende kunst en cultuur (Bogdányi u. 32) ingericht,
dat plaats biedt aan kunstuitingen van het vandaag. Exposities
worden hier afgewisseld met workshops en speciale programma's.
In het Nationaal Wijnmuseum (Bogdányi weg 10) vindt u een interessante
collectie van goede wijnen. In het Verkeersmuseum (bij het station
van de interlokale trein naar Boedapest) bevindt zich een unieke
verzameling voertuigen van het openbaar vervoer. Het Etnografisch
Openluchtmuseum (Sztaravodai weg 1) ligt op drie km afstand van
het centrum en bezit de grootste etnografische verzameling van
het land. Vanuit alle landstreken worden hier monumenten bijeengebracht
om ze te bewaren voor het nageslacht. Als het openluchtmuseum
te zijner tijd helemaal klaar is zullen er 340 gebouwen te zien
zijn, afkomstig uit 10 regio's, die de verschillende kenmerken
en eigenschappen van de Hongaarse volksbouwkunst in beeld brengen.
Op dit moment zijn er zeven
regio's
compleet alsmede een Grieks-orthodoxe kerk en een Hervormd kerkhof
(met grafstenen). Op het terrein van het openluchtmuseum dat van
april tot oktober is geopend geven in de weekenden ambachtslieden
demonstraties van hun kunnen. Ook worden de Hongaarse traditionele
feesten gevierd. In dertien galerijen met werken van hedendaagse
kunstenaars kunt u kunst aanschaffen. Het 31 km lange Szentendre-eiland
dat goede recreatieve mogelijkheden biedt, is vanhier bereikbaar
per pont. Bij Tahi is er ooik een een brug. Van de vier plaatsen
op het eiland wordt Kisoroszi, dat een golfbaan bezit, het meest
bezocht.
Vác
Vác is een duizend jaar oude bisschopsstad aan de oever
van de Donau. In 1846 'raasde' met een vaartje van 30 km/u
de eerste trein van Pest naar Vác! Vác heeft als enige
stad van Hongarije een triomfboog, de Stenen Poort, die in
1746 werd opgericht ter gelegenheid van het bezoek van de
Habsburgse keizerin, Maria Theresia. Het Konstantin-plein
wordt gedomineerd door de imposante kathedraal, een fraai
exemplaar van Hongaars classicisme. Het bisschoppelijke
paleis (Migazzi tér 1) stamt uit de achttiende eeuw. In de
kloosterkerk van de Piaristen (Szentháromságplein) staat
een bijzonder fraaie tabernakel. Het Március 15.-plein is
een van de mooiste barokke pleinen van Hongarije, alle
huizen op dit plein staan op de monumentenlijst. De 'kerk
van de witten' (Március 15. plein 24) dankt zijn naam aan
de witte pij van de dominicaner monniken. Het rijk versierde
altaar is een meesterstuk van de rococo. De tentoonstelling
Memento mori in de crypte brengt de begrafenissen van de
zestiende tot de negentiende eeuw in beeld en is uniek voor
Europa. De Griekse kerk (Március 15. plein 19) was ooit een
gebedsruimte maar doet nu dienst als tentoonstellingszaal.
Tal van voorwerpen uit de duizend jaar oude historie van de
stad worden in het Hincz Gyula-museum (Káptalan u. 16)
tentoongesteld en in de middeleeuwse kelder (Széchenyi u.
3) vindt u stenen resten van de stad. De brug over de
Gombás-beek is een uniek voorbeeld van een in barokstijl
uitgevoerde stenen brug met beelden.
Vácrátót
In Vácrátót
bevindt zich een botanische tuin met de grootste
systematische plantenverzameling van het land, in totaal
twaalfduizend plantensoorten. Een watermolen en een gezellig
ruisende beek die je over tal van houten bruggetjes kunt
oversteken, maken de sfeer van de hortus compleet. Vóór
het Vigyázó-kasteel worden in de zomer concerten
georganiseerd.
Verõce
Dit plaatsje
is al sinds het einde van de negentiende eeuw een populaire
vakantiebestemming. In de villa van de beroemde keramist,
Géza Gorka (1894-1971) is een keramiekmuseum ingericht.
(Szamos u. 22). Vanaf het naburige Kismaros loopt een
smalspoorlijntje naar Szokolya en Királyrét in het
Börzsöny-gebergte.

Visegrád
"Vanuit Visegrád, het aardse paradijs" - zo begon in
de vijftiende eeuw de afgezant van de paus zijn brief, toen hij
te gast was bij koning Matthias (1458-1490). Ofschoon hij wel
gewend was aan pracht en praal was hij toch diep onder de indruk
van de schitterende residentie van Matthias. Het bijzonder luxueus
ingerichte paleis telde maar liefst 350 kamers verdeeld over twee
verdiepingen en bezat met rood marmer versierde fonteinen. Archeologen
hebben de binnenplaats, waar ooit tijdens feesten de wijn rijkelijk
vloeide, en de Herculesbron van onder een 15 m dikke laag puin
en aarde uitgegraven en nauwgezet gereconstrueerd. De oorspronkelijke
vondsten liggen tentoongesteld in de Salamon-toren uit de 13de
eeuw (Salamon-torony u.). Dit vijf etages hoge bastion is een
van de grootste en best intact gebleven romaanse woontorens van
Midden-Europa. De toren maakte deel uit van een vestingwal die
in de dertiende eeuw werd gebouwd en die de toren aan de Donau
verbond
met
de burcht en de citadel op de heuvel. Dit systeem moest de koninklijke
familie bescherming bieden toen zij zich in 1316 vanuit Boeda
in Visegrád vestigde. Op de binnenplaats van het bastion worden
nu riddertoernooien georganiseerd. In de citadel die tussen 1245
en 1255 werd gebouwd, is tweehonderd jaar lang de Heilige Kroon
bewaard. Ook is hier in 1335 (sic!) de eerste Midden-Europese
'top' georganiseerd. De vorsten van Polen, Tsjechië en Hongarije
sloten hier een economisch verdrag om Wenen buiten spel te zetten.
Vanaf de burcht kunt u genieten van een prachtig uitzicht terwijl
binnen uw aandacht wordt gevraagd door de vele zalen met fraaie
tentoonstellingen. Niet ver van Visegrád liggen drie heuvels die
een bezoekje waard zijn: op de Sibrik-heuvel kunt u de overblijfselen
aanschouwen van een Romeins legerkamp uit het jaar 330, op de
Fekete-hegy staat de uitzichttoren Nagyvillám en op de Mogyoró-hegy
bevindt zich het grootste recreatiecentrum van de streek met een
zomerbobsleebaan, een nomadenkamp, camping, bosrestaurant, speelplaatsen
en een wildpark. In het Apátkúti-dal kunt u een wandeling maken
naar de Ördögmalmi-waterval en de Magda-bron. De Telgárthy-weide
is een ideale plek voor een familiepicknick en in het bos bevindt
zich een openluchtzwembad dat zijn thermaalwater betrekt uit het
Lepence-dal.
Zebegény
Het schitterende
landschap rondom de grote bocht van de Donau was een grote
inspiratiebron voor de schilder István Szõnyi
(1894-1960). In zijn voormalige atelier, thans museum (Bartóky
weg 7), zijn tal van zijn scheppingen te zien. De
rooms-katholieke kerk (Petõfiplein) is een fraai
voorbeeld van de Hongaarse Jugendstil. In een klein museum
gewijd aan de scheepvaartgeschiedenis (Szõnyi-Istvánweg
9) weerspiegelt zich het afwisselende beroep van een
kapitein uit Zebegény.
Zsámbék
Ofschoon 300 jaar
geleden een aardbeving de basiliek en het klooster van de
premonstratenzer proosdij uit de 13de eeuw verwoestte, biedt
de ruïne nog steeds een imposante aanblik. 's Zomers
worden er in de openlucht theatervoorstellingen gehouden.
Curieus zijn in Zsámbék de Turkse waterput (Táncsics u.
16) en het unieke lampenmuseum met twaalfhonderd voorwerpen
(Magyar u. 18).